Op 1 april 2026 treedt het nieuwe Kaderdecreet inzake Vlaamse Handhaving in werking. Dit Kaderdecreet heeft de bedoeling om alle Vlaamse handhavingsmaatregelen en procedures te bundelen en te uniformiseren. Deze worden nu voor een eerste reeks van Vlaamse regelgeving van toepassing, waaronder voor de regelgeving inzake stedenbouw (VCRO) en milieu (DABM). We lichten enkele zaken uit.
Nieuwe bestuurlijke sancties of bestuurlijke publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen die opgestart worden, zullen het Kaderdecreet volgen. Voor de duidelijkheid: voor de vervolging en bestraffing van misdrijven geldt het strafwetboek en de strafprocedure onverkort. Ook deze wetgeving wijzigt overigens met een intussen uitgestelde inwerkingtreding op 1 september 2026.
Tegelijkertijd heeft het Kaderdecreet ook meteen al uitwerking op lopende procedures in de zin dat de nieuwe verjaringsregels onmiddellijk van toepassing worden, behalve indien op grond van de “oude” regels de sancties en maatregelen reeds verjaard zijn. Voor de zaken die nog niet verjaard zijn, zal de nieuwe verjaringsregeling van toepassing worden zonder dat evenwel de totale duur van de initiële verjaringstermijn mag worden overschreden.
Concreet betekent dit dat inzake stedenbouw de regels van toepassing worden op de stedenbouwmisdrijven zoals op vandaag opgenomen in art. 6.2.1 VCRO en de stedenbouwkundige inbreuken, zoals voorzien in art. 6.2.2 VCRO.
Hierbij wordt de lijst van inbreuken overigens uitgebreid in navolging van de wijzigingen uit het Meldingsbesluit (zie onze eerdere Blogpost)):
- Het verder uitvoeren van (meldingsplichtige) handelingen in geval van verval, schorsing of vernietiging van de meldingsakte;
- Het niet-naleven van voorwaarden die werden opgenomen in een meldingsakte;
- Specifiek voor de situatie van zorgwonen: het niet-melden van het beëindigen van de zorgsituatie (waardoor er een nieuwe vergunning vereist is dan wel dat alles moet worden teruggebracht tot de vorige bestaande toestand)
Inzake verjaring voorzien de nieuwe regels uit het Kaderdecreet voor publieke herstelmaatregelen inzake stedenbouw niet langer in verschillende verjaringstermijnen voor de misdrijven en inbreuken gepleegd in ruimtelijk kwetsbaar gebied of open ruimtegebied. Er komt voor alle vorderingen een uniforme termijn van 5 jaar. De aanvangsdatum verandert evenwel, en wordt afhankelijk gemaakt vanaf de dag waarop de herstelinstantie via een proces-verbaal of verslag van vaststelling kennis heeft gekregen van de publieke schade die hersteld moet worden of van de verzwaring ervan. Mocht er nooit een proces-verbaal of verslag van vaststelling worden opgemaakt, verjaart het recht in ieder geval 20 jaar nadat het misdrijf of de inbreuk is gepleegd. Dit betekent dat een niet-oplettende overheid over een ruimere termijn beschikt om herstelvorderingen in te leiden, daar waar vroeger na oprichting of na de eerste strafbare handeling reeds de verjaringstermijn begon te lopen.
Een andere nieuwigheid is dat burgers die menen schade te ondervinden door misdrijven of inbreuken een handhavingsverzoek kunnen richten aan de bevoegde overheid en alzo formeel aan de overheid te verzoeken om een herstelprocedure op te starten, dan wel bepaalde beveiligingsmaatregelen op te leggen. Hierbij moet een burger “aannemelijk” maken dat het misdrijf of de inbreuk rechtstreekse schade aan hem berokkent. De inwilliging van een dergelijk verzoek is niet vrijblijvend: de inwilliging van het verzoek verplicht de herstelinstantie tot de opstart van een gerechtelijke of bestuurlijke procedure, waarna het handhavingstraject verder zal worden gezet.
Wenst u hierover meer informatie, dan staan onze advocaten voor u klaar.
.