Het Krokusakkoord – deel 2: het stikstofakkoord

Stikstofgas maakt het overgrote deel uit van onze atmosfeer en is in principe onschadelijk voor organismen. De industrialisering en het grootschalig gebruik van verbrandingsmotoren zorgden echter voor een sterk verhoogde concentratie van stikstof in de bodem met schadelijke effecten voor mens en milieu tot gevolg.

De stikstofuitstoot moet dan ook op belangrijke wijze ingeperkt worden, doch wel zonder dat er een volledige vergunningenstop komt voor bedrijven en activiteiten die stikstof uitstoten, vnl. in de landbouw.

Die vergunningenstop dreigde ingevolge een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen op 25 februari 2021, het zogenaamde Stikstofarrest, dat een omgevingsvergunning had vernietigd omdat niet kon worden aangetoond bij gebreke aan bindende toetsingsnormen inzake de uitstoot van stikstof dat de gevraagde uitbreiding van een landbouwbedrijf geen negatieve gevolgen zou hebben voor de nabijgelegen natuurgebieden.

Op grond hiervan werden sinds dit arrest nog maar moeizaam vergunningen uitgereikt van zodra er redenen waren om aan te nemen dat deze een verhoging van de stikstofuitstoot met zich mee zouden brengen in de buurt van beschermde gebieden.

Om uit deze impasse te geraken heeft de Vlaamse Regering nu binnen het Krokusakkoord dd. 22 februari 2022 ook een akkoord gevonden over de definitieve Programmatorische Aanpak van Stikstof (PAS) en de bijhorende bijsturing van het mestbeleid.

Het akkoord bestaat uit de volgende krachtlijnen:

  1. Een forse vermindering van de uitstoot in alle veeteeltsectoren;
  2. Een sociaal flankerend beleid om de landbouwers te ondersteunen in de transitie;
  3. Een meststop in de waardevolle natuur en bossen vanaf 2028;
  4. Een fors investeringsplan om de schade aan de natuur in heel Vlaanderen te herstellen;
  5. Een nieuw beoordelingskader voor nieuwe bedrijven en uitbreidingen, dat voldoende streng blijft vanuit het voorzichtigheidsprincipe en
  6. Extra inspanningen rond het Turnhouts Vennengebied om de stikstofneerslag terug te dringen.

Concreet wil dit zeggen dat alle piekbelasters, met name de 58 meest vervuilende veeteeltbedrijven en de 2 meest vervuilende mestverwerkers, hun activiteiten tegen uiterlijk 2025 moeten stopzetten en worden uitgekocht.

Aan de 116 vervuilende bedrijven, die de code ‘oranje’ kregen, wordt de keuze gelaten om een aanbod tot vrijwillige stopzetting met financiële compensatie te aanvaarden of om hun bedrijfsvoering aan te passen zodat ze wel aan de milieuvoorwaarden voldoen.

Met name dienen de varkens- en pluimveesectoren 60% uitstoot te reduceren tegen 2030. De vlees- en melkveebedrijven dienen hun uitstoot terug te dringen met minstens 15% en voor mestkalveren zit het percentage op minstens 20%. Dit kan aan de hand van een reductie van het dierenaantal of de toepassing van technische ingrepen op de PAS-lijst.

De Vlaamse regering voorziet bij al deze maatregelen een correctiemechanisme voor kleine, familiale bedrijven en bio-landbouwers die een lage uitstoot hebben. Zij worden immers vrijgesteld van zware investeringen en krijgen alternatieve maatregelen als optie indien hun uitstoot binnen de perken blijft. Daarnaast komt er ook een vergoedingssysteem voor vrijwillige uitkoop van andere varkenshouders, die aan stoppen denken en zal elke maatregel gepaard gaan met sociale begeleiding.

Hoewel op deze wijze het akkoord een algehele vergunningenstop vermijdt, zal dit duidelijk een grote impact hebben op de landbouwsector.

Met betrekking tot deze maatregelen komt er een overgangsregeling voor aflopende vergunningen in 2022. Daarnaast worden alle maatregelen nog beoordeeld via een passende beoordeling en een plan-MER en wordt vervolgens in de loop van dit voorjaar nog een openbaar onderzoek gestart.

Het valt nog af te wachten hoe deze maatregelen zich in de praktijk zullen ontplooien.

Onze specialisten bij Orys volgen de ontwikkelingen nauwlettend op en adviseren u graag.