De dossiertaks: Raad voor Vergunningsbetwistingen wijzigt standpunt en waarborgt het recht op toegang tot de rechter

De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde in zijn arrest van 13 januari 2022 (RvVb-A-2122-0371) dat het volstaat om bij het indienen van een administratief beroep één dossiertaks per administratief beroepsschrift te betalen.

Hiermee maakt de Raad een bocht van 180 graden, en komt zij terug op haar eerder arrest van 18 maart 2021 (RvVb-A-2021-0764) waarin voor het eerst geoordeeld werd dat de dossiertaks verschuldigd bij het indienen van een administratief beroep, niet per beroepsschrift maar per beroepsindiener verschuldigd was.

De Raad overwoog in haar recente arrest van 13 januari 2022, verwijzend naar de parlementaire voorbereiding en het recht op toegang tot de rechter, als volgt:

Uit de bewoordingen van voormelde bepaling kan niet worden afgeleid dat in geval van een collectief beroepschrift een dossiertaks van 100 euro verschuldigd zou zijn per beroepsindiener. Evenmin blijkt uit de parlementaire voorbereiding dat de decreetgever een invulling van artikel 12, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet beoogd heeft die specifiek ten aanzien van collectieve beroepschriften nog een bijkomende drempel inbouwt, (finaal) bekeken vanuit het recht op toegang tot de Raad als rechter (artikel 105, §2, tweede lid Omgevingsvergunningsdecreet).

Uit het amendement bij het ontwerp van het decreet betreffende de omgevingsvergunning tot invoeging van de vermelde dossiertaks (Amendement nr. 14 op het ontwerp van decreet betreffende de omgevingsvergunning, Parl.St. Vl.Parl. 2013-14, nr. 2334/6), kan vooreerst worden afgeleid dat de decreetgever aansluiting heeft gezocht bij het vroegere artikel 4.7.21, §5 VCRO en bij het vroegere artikel 19bis van het decreet betreffende de milieuvergunning van 28 juni 1985 waarin de betaling van een dossiertaks werd gekoppeld aan de indiening van een afzonderlijk beroepschrift. Verder blijkt uit dit amendement enkel het oogmerk om een drempel in te bouwen die niet noodzakelijk overeenstemt met de (complexiteit van de) dienst die het vergunningverlenend bestuur in graad van beroep levert. De decretaal verankerde drempel van 100 euro per natuurlijke persoon of rechtspersoon, die aan de basis ligt van een afzonderlijk beroep(schrift), geldt dus onverkort de complexiteit van de beoordeling van dat (al dan niet collectief) beroep(schrift). Mutatis mutandis gaat overigens hetzelfde op voor de betaling van de dossiertaks voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (art. 12, §1, 1° en §2, 1° Omgevingsvergunningsdecreet) op naam van bijvoorbeeld meerdere rechtspersonen bij de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar. Ongeacht de complexiteit is aan die ene aanvraag de betaling van de dossiertaks van 500 euro gekoppeld.

De Raad voegt hier aan toe dat het niet in verhouding zou zijn met het doel van de dossiertaks dat in geval van een collectief beroepschrift per beroepsindiener een dossiertaks verschuldigd zou zijn. Met uitzondering van de noodzaak om bepaalde procedurele vereisten per beroepsindiener te onderzoeken, in hoofdzaak de beoordeling van de vraag of elke beroepsindiener tot het betrokken publiek behoort, verplicht een collectief beroepschrift de vergunningverlenende overheid maar tot één enkel onderzoek van de opgeworpen beroepsargumenten.”

Een gelijkaardige beoordeling is te vinden in het arrest van de Raad van 13 januari 2022 (RvVb-S-2122-0370).

Verder vragen omtrent deze materie? Onze specialisten bij Orys Advocaten staan u graag bij.