Administratieve lus voor de m.e.r.-screeningsnota in beroep: voorzichtigheid is geboden!

Een efficiënte, doelgerichte en geïntegreerde vergunningverlening is één van de belangrijkste doelstellingen van het Omgevingsvergunningsdecreet sinds haar inwerkingtreding in 2017. Zo zijn aan de hand van een aantal nieuwe instrumenten ruimere mogelijkheden geboden tot bijstelling van de vergunningsaanvraag tijdens de procedure. Hiermee beoogt het Omgevingsvergunningsdecreet een breuk te maken met de oude procedures, die een gebrek toonden aan oplossingsgerichtheid.

Eén van deze nieuwe instrumenten betreft de administratieve lus. Als de bevoegde overheid een onregelmatigheid vaststelt die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, kan hij de onregelmatigheid herstellen.

De bevoegdheid om deze administratieve lus toe te passen toebehoort aan de bevoegde overheden in eerste alsook in laatste administratieve aanleg.

Ook de memorie van toelichting bepaalt dit en specificeert met voorbeelden: “de bevoegde overheid krijgt, zowel in eerste aanleg als in beroep, de mogelijkheid om te verhelpen aan een onregelmatigheid die zich tijdens de procedure heeft voorgedaan, bijvoorbeeld in verband met het openbaar onderzoek of de in te winnen adviezen of ook nog het gebrek aan project-m.e.r.-screeningsnota bij de vergunningsaanvraag.”

In dit licht is het dan ook opvallend dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen in een arrest van 4 augustus 2020 oordeelde dat de bevoegde overheid in graad van beroep een ontoereikende m.e.r.-screening of het ontbreken van een m.e.r.-screening niet kan herstellen met een administratieve lus, maar dit noodzakelijk tot een weigering moet leiden. De Raad meent in dit arrest dat de vergunningverlenende overheid in laatste aanleg door een administratieve lus toe te passen, hiermee de bevoegdheidsverdeling in de vergunningsprocedure zou miskennen en wijst op de samenhang van de project-m.e.r.-screeningsnota en de ontvankelijkheid en volledigheid van een omgevingsvergunningsaanvraag.

Deze rechtspraak is echter niet in overeenstemming met de hierboven besproken regelgeving en de verduidelijking in de memorie van toelichting en stond dan ook ter discussie. Zo stelde Vlaams minister van Justitie Demir dat zij de rechtspraak van de Raad niet  kan volgen in deze aangezien dit ertoe zou leiden dat de administratieve lus nooit toegepast kan worden in geval van een gebrekkige screening. Tegen deze rechtspraak werd dan ook cassatie aangetekend bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelde in september 2021 evenwel in het voordeel van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Men greep hierbij terug naar oudere rechtspraak, die de miskenning van de bevoegdheid in eerste aanleg weerhield en daarmee steunt op de bevoegdheidsverdelende regels van openbare orde uit het Omgevingsvergunningsdecreet.

Hoewel deze redenering in het licht van de huidige wetgeving en de memorie van toelichting niet gevolgd kan worden, lijkt het voorlopig terug naar af voor wat betreft het gebruik van de administratieve lus in beroep met betrekking tot de project-m.e.r.-screeningsnota. De nodige voorzichtigheid is dan ook geboden nu niemand gebaat is met een onwettige omgevingsvergunning.

Meer weten? Onze specialisten bij Orys Advocaten wijzen u de weg!