Vanaf 1 januari 2017 treden er een aantal wijzigingen in werking betreffende de erfgoedregelgeving die voortvloeien uit de goedkeuring van het Regeerakkoord op 17 juli 2015.

Het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed werd geconcretiseerd en heeft gevolgen voor de lokale besturen, erkende erfgoedgemeenten en erkende archeologen.

Samenvattend zijn volgende wijzigingen van belang:

  • Het agentschap geeft niet langer advies bij vergunningsplichtige aanvragen over onroerend erfgoed opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed en de vastgestelde inventaris houtige beplantingen met erfgoedwaarde.
  • De procedure bij de opmaak en goedkeuring van beheersplannen wordt vereenvoudigd. De formele aanvraag tot opmaak van een beheersplan en de goedkeuring daarvan worden geschrapt.
  • De taken van erkende onroerenderfgoedgemeenten worden uitgebreid met het bekrachtigen van archeologienota’s en nota’s (ook wanneer de gemeente zelf een vergunningsaanvraag voorbereidt).

Belangrijk is ook dat er eveneens een aantal (broodnodige) aanpassingen gebeuren in functie van het archeologisch vooronderzoek:

  • Ten aanzien van de erkende erfgoedgemeenten wordt hun takenpakket uitgebreid met het verlenen van toelatingen voor archeologische vooronderzoek, die ingrepen in de bodem, archeologische opgravingen of graafwerken, beogen. Deze bevoegdheid wordt hen toegekend ongeacht het feit of de gemeente zelf een vergunningsaanvraag voorbereidt. Deze nieuwe toelating gebeurt met een bekrachtigde archeologienota en ligt in de lijn van wat reeds in artikel 6.4.4., §1 van het Onroerenderfgoeddecreet werd bepaald.
  • Een versnelde tweemaandelijkse vaststellingsprocedure voor de kaart met gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. Op die manier kunnen percelen/gebieden sneller op de kaart opgenomen worden en vrijgesteld worden van het bekomen van een archeologienota.

Er kan een archeologische nota wordt toegevoegd bij een vergunningsaanvraag, die nog niet bekrachtigd is, maar wel al voor bekrachtiging is ingediend bij het agentschap. De bekrachtigde archeologienota moet wel worden ingediend vóór de beoordeling van de vergunningsaanvraag door de vergunningverlenende overheid. Zo zal de bouwheer de bekrachtigingstermijn van 21 dagen niet meer hoeven af te wachten bij de indiening van zijn vergunningsaanvraag.

Menu