WIJZIGING VAN DE REGELGEVING INZAKE WOONKWALITEIT IN VLAANDEREN VANAF 2021

Besluit Vlaamse Regering dd. 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking

De woningkwaliteit wordt op vandaag tweedelig bewaakt, enerzijds via administratieve handhaving en anderzijds via een strafrechtelijke handhaving.

De administratieve handhavingswijze ondergaat een transformatie in de quotering van woonkwaliteitsgebreken, onder meer inzake de ongeschiktheid- en onbewoonbaarheidsverklaring.

De situatie inzake ongeschiktheid en onbewoonbaarheid ziet erop vandaag samengevat als volgt uit:

De ongeschiktheidsverklaring van een gebouw is gebonden aan de beoordeling van objectieve normen, onderverdeeld in vier categorieën met bijhorende strafpunten. Afhankelijk van de categorie zijn de gebreken respectievelijk 1, 3, 9 en 15 strafpunten waard. Een gebouw wordt ongeschikt verklaard vanaf 15 strafpunten of meer.

De kwalificatie van onbewoonbaarheid hangt op heden echter niet vast aan strafpunten, doch is afhankelijk van de inschatting van de ernst van de situatie inzake veiligheids- en gezondheidsrisico’s.

Beide begrippen worden los van elkaar beoordeeld en hebben per definitie niets met elkaar te maken.

Vanaf 2021 wordt de beoordeling van zowel de ongeschiktheid als onbewoonbaarheid afhankelijk van de beoordeling van objectieve normen onder te brengen in slechts drie categorieën:

 Categorie I: Beperkte gebreken;

  •  Gebouwen worden ongeschikt verklaard vanaf 7 gebreken van categorie I of meer.

Categorie II: Ernstige gebreken, zonder direct gevaar voor bewoners;

  • Gebouwen worden met slechts een gebrek automatisch ongeschikt verklaard.

Categorie III: Ernstige gebreken, met direct gevaar voor bewoners, dewelke leiden tot mensonwaardige omstandigheden;

  • Gebouwen worden met slechts een gebrek automatisch onbewoonbaar verklaard.

Op de nieuwe technische verslagen, ziet dit er vanaf 2021 zo uit:

Er wordt aldus afgestapt van het systeem van strafpunten.

De ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid worden afhankelijk gemaakt van de categorisering van het gebrek, waarbij categorie II en III meteen van een bepaalde ernst uitgaan. Zodoende wordt de beoordeling strenger. 

Menu