Op 1 september 2017 werd de Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De complexiteit van de maatschappelijke realiteit (minder huwelijken, meer wettelijk en feitelijk samenwonenden, nieuw samengestelde gezinnen,…) maakte een modernisering en vooral een flexibilisering van het erfrecht noodzakelijk, zodat deze werd aangepast aan ieders eigen specifieke situatie. We stellen u kort de hervormingen voor.

  • Verruiming van het beschikbaar deel

Het beschikbaar deel wordt, ongeacht het aantal kinderen opgetrokken naar 50% van het vermogen van de erflater. De erflater kan voortaan dus naar eigen goeddunken beschikken over de helft van zijn vermogen. Deze verruiming impliceert enerzijds de mogelijkheid om de eigen kinderen ongelijk te behandelen. Er is dus meer ruimte om rekening te houden met noden, talenten, leeftijd, maar ook betrokkenheid en affectie. Anderzijds is er eveneens meer ruimte om anderen dan eigen kinderen (zoals kleinkinderen, stiefkinderen, pleegkinderen, derden, langstlevende echtgenoot/partner) te begunstigen.

  • Nieuwe regels inzake inbreng en inkorting

De schenking aan een erfgenaam in de rechte lijn wordt (behoudens uitdrukkelijke verklaring in de tegenovergestelde zin) vermoed een voorschot op het erfdeel uit te maken. Bij de verdeling van de nalatenschap worden de geschonken goederen gewaardeerd en ingebracht, teneinde een beeld te verkrijgen van de totale nalatenschap. De waarde die in aanmerking wordt genomen, is de geïndexeerde waarde van het goed op het ogenblik van de schenking. De inbreng gebeurt niet langer in natura, doch slechts in tegenwaarde en door minderontvangst in de verdeling, zodat de begiftigde het ontvangen goed in principe kan behouden. Wanneer na het samenstellen van de fictieve massa blijkt dat het reservataire deel werd geschonden, kunnen de erfgenamen een vordering tot inkorting instellen t.a.v. de begiftigde van de schenking. Het gewijzigde erfrecht voorziet ook hier nog slechts in een inkorting in waarde en niet langer in natura, tenzij de begiftigde het zelf zou aanbieden.

  • Omzetting vruchtgebruik ‘op eerste verzoek’

Wanneer u kinderen nalaat uit een eerste huwelijk alsook een langstlevende echtgenoot uit een tweede huwelijk, vererft de nalatenschap in de verhouding vruchtgebruik (voor de langstlevende)/blote eigendom (voor de kinderen).

Voor stiefkinderen is het soms moeilijk het vruchtgebruik van hun stiefouder te dulden en juist daarom wordt de omzetting van het vruchtgebruik, met het vernieuwde erfrecht, vereenvoudigd. De kinderen zullen tegenover hun stiefouder op eerste verzoek, het vruchtgebruik kunnen laten omzetten in volle eigendom op een deel van de nalatenschap. Dit ‘recht op onmiddellijke omzetting’ geldt evenwel niet voor het vruchtgebruik op de gezinswoning.

  • Erfovereenkomst

Het principieel verbod op erfovereenkomsten voor de toekomst blijft van kracht, maar de erflater krijgt wel de mogelijkheid om bij leven een erfovereenkomst op maat te maken, die pas na zijn overlijden wordt toegepast.

  • Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

De nieuwe regels treden in werking op 1 september 2018. Dit impliceert dat ze van toepassing zullen zijn op overlijdens vanaf dat moment. Voor overlijdens tot die datum zullen de huidige regels gelden.

Inzake de vermogens- en successieplanningen zijn er wel belangrijke overgangsbepalingen. Immers, principieel is de nieuwe wet van toepassing op testamenten en/of schenkingen van vóór de nieuwe wet. De wet bepaalt daarom een overgangsperiode van één jaar waarin men via een voor een notaris in authentieke vorm opgemaakte verklaring kan opteren om het oude recht van toepassing te laten blijven op de eerdere testamenten en/of schenkingen.

Neem gerust ook contact op met het advocatenteam van ORYS voor meer informatie over het nieuwe erfrecht. En indien u automatisch op de hoogte wenst te worden gehouden van nieuwigheden uit ons juridisch universum, schrijf u dan snel even in via onderstaand formulier.

Menu