Gereglementeerde vastgoedvennootschappen

Op 22 oktober 2017 werd in de Kamer een wet goedgekeurd die de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen wijzigt. Met deze wetswijziging worden enerzijds belangrijke veranderingen m.b.t. de openbare en de institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen doorgevoerd, anderzijds wordt een nieuwe categorie, de ‘sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap’, geïntroduceerd.

1. De gereglementeerde vastgoedvennootschap

De ‘algemene’ gereglementeerde vastgoedvennootschap (afgekort GVV) is een vennootschap waarvan de activiteit bestaat uit het uitoefenen van alle handelingen die verbonden zijn aan de oprichting, de verbouwing, de renovatie, de ontwikkeling, de verwerving, de vervreemding en het beheer en de exploitatie van onroerende goederen. Zij wordt daartoe vergund en staat onder het toezicht van de FSMA.

De GVV-regelgeving werd ingevoerd teneinde de vastgoedinvesteerder een alternatief op de zogenaamde vastgoedbevaks te verlenen en laat de GVV’s genieten van een gunstig fiscaal regime in de vorm van het niet verschuldigd zijn van vennootschapsbelasting op het bedrijfsresultaat en de meerwaarden.

Voor de wetswijziging bestonden er slechts twee soorten GVV’s, namelijk de openbare GVV, dewelke haar aandelen op de gereglementeerde markt verhandelt, en de institutionele GVV, dewelke haar financiële middelen aantrekt bij bepaalde beleggers en onder controle staat van een openbare GVV.

2. Belangrijkste wijzigingen ten gevolge van de wet van 22 oktober 2017

Met de wet van 22 oktober wordt daar een nieuwe (derde) categorie van gereglementeerde vastgoedvennootschap ingevoerd. Het gaat om de ‘sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap’, een openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap die voor een onbepaalde duur moet worden opgericht in de vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid met sociaal oogmerk en waarvan de activiteiten zich uitsluitend situeren op vlak van vastgoedinfrastructuur voor de sociale sector (o.a. onderwijs, gehandicaptenzorg, ouderenzorg, kinderopvang, etc.).

De wetgever wil op deze manier het fiscaal gunstig regime van de GVV’s eveneens toegankelijk maken voor de sociale sector.

De sociale gereglementeerde vastgoedvennootschap wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, tenzij de wet van 22 oktober 2017 daar uitdrukkelijk van afwijkt.

Verder werd ook de bestaande reglementering in verband met de openbare en de institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen aangepakt. De belangrijkste wetswijzigingen worden hieronder uiteengezet:

  • Vooreerst worden de activiteiten van de gereglementeerde vastgoedvennootschap uitgebreid tot de infrastructuursector. Hierdoor kunnen de GVV’s o.a. deelnemen aan DB(F)(M)(O)-overeenkomsten, overeenkomsten voor concessies en (nuts)voorzieningen voor vervoer, verdeling of verdeling van elektriciteit en water.
  • Teneinde de samenwerking tussen openbare GVV’s en andere investeerders te stimuleren wordt bovendien de verplichting van de openbare gereglementeerde vastgoedvennootschap om gezamenlijke of exclusieve controle te hebben over de institutionele GVV afgeschaft. In de plaats wordt een minimumparticipatiedrempel van 25% ingesteld, zodat reeds sprake is van een institutionele GVV wanneer minstens 25% van het maatschappelijk kapitaal rechtstreeks of onrechtstreeks wordt aangehouden door een openbare GVV.
  • Verder wordt het sinds de wetswijziging mogelijk voor natuurlijke personen om aandeelhouder te worden van een institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschap.

De wet van 22 oktober 2017 trad in werking op 9 november 2017 en zal binnen twee jaar ter evaluatie worden voorgelegd, na een voorgaand advies van de FSMA.

Wil je meer informatie, laat dan zeker niet na het ORYS Team te contacteren. Wil je op de hoogte worden gehouden van het reilen en zeilen in ons juridische universum, schrijf u dan zeker in op onze nieuwsbrief via onderstaand formulier.

Menu